ECLI:NL:RBZWB:2015:1308
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling passende arbeid en loonaanvullingsuitkering op grond van de WIA
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om aan werkneemster een loonaanvullingsuitkering (LAU) toe te kennen op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Eiseres stelde dat de uitkering per 12 juni 2014 had moeten eindigen omdat werkneemster sinds januari 2013 meer dan 65% van het maatmaninkomen verdient en de functie passend is.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 56, derde lid, WIA een schatting op feitelijk verrichte arbeid pas kan plaatsvinden indien vaststaat dat deze arbeid passend is. De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat werkneemster niet geschikt is voor haar eigen werk vanwege overschrijding van haar belastbaarheid, maar wel geschikt is voor andere functies met lagere belastbaarheid.
Het UWV heeft de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 46,83% en de LAU toegekend. De rechtbank vindt onvoldoende aanknopingspunten om van deze conclusie af te wijken, mede omdat de Functionele Mogelijkheden Lijst niet wordt bestreden en het medisch advies van de bedrijfsarts van eiseres dit niet ondermijnt.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de beoordeling terecht uitging van 27 uur per week, de feitelijke arbeidsduur van werkneemster. Tevens wordt het beroep op een eerdere uitspraak van de rechtbank Haarlem verworpen omdat in die zaak niet in geschil was dat de verrichte arbeid passend was.
De uitspraak is gedaan door rechter D.H. Hamburger en griffier T.B. Both-Attema op 27 februari 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit tot toekenning van een loonaanvullingsuitkering wordt ongegrond verklaard.