Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een voormalige medewerker van de afdeling Financiën van de gemeente Goes, die werd verdacht van valsheid in geschrifte door het ondertekenen van twee besluiten tot het verlenen van gemeentegarantie voor leningen aan twee stichtingen. De officier van justitie stelde dat verdachte niet bevoegd was deze besluiten te ondertekenen en dat deze daardoor vals waren.
Verdachte voerde aan dat hij handelde in het belang van de stichtingen en de gemeente door ongunstige leningen om te zetten in gunstigere, en dat er een spoedprocedure was waardoor hij het primaat en de besluiten zelf heeft opgesteld en ondertekend met instemming van het college. De rechtbank constateerde dat de aanvragen en het primaat niet waren teruggevonden, maar dat uit het dossier en verklaringen niet kon worden uitgesloten dat deze wel bestonden en dat het college akkoord was.
De rechtbank oordeelde dat de besluiten inhoudelijk rechtsgeldig waren genomen en dat het ontbreken van een mandaat voor ondertekening niet betekent dat de besluiten vals waren. Gezien het ontbreken van wettig bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde feit van valsheid in geschrifte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van valsheid in geschrifte wegens gebrek aan wettig bewijs.