ECLI:NL:RBZWB:2015:1453
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering wegens ontbreken werkgeverschap van gedaagde
Eiseres vordert betaling van achterstallig loon over december 2014, januari 2015 en de daaropvolgende maanden, alsmede wedertewerkstelling bij gedaagde. Zij stelt dat zij sinds juni 2014 als allround stalmedewerker werkzaam is en onterecht is ontslagen zonder ontslagvergunning of ontbinding. Gedaagde betwist het werkgeverschap en stelt dat de heer, handelend als btw-ondernemer, de werkgever is.
De kantonrechter constateert dat eiseres geen schriftelijke arbeidsovereenkomst heeft en onvoldoende heeft aangetoond dat gedaagde haar werkgever is. De loonstroken vermelden de heer als werkgever en uit het handelsregister blijkt dat gedaagde geen werknemers in dienst heeft. Ook de manege waar eiseres werkt is eigendom van de heer, niet van gedaagde.
Hoewel eiseres een spoedeisend belang heeft omdat zij geen loon ontvangt en daarvan afhankelijk is, leidt het ontbreken van bewijs voor het werkgeverschap tot afwijzing van de vorderingen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst door gedaagde is eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Vordering tot loonbetaling en wedertewerkstelling afgewezen wegens ontbreken werkgeverschap van gedaagde.