Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[gedaagde sub 1],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 18 juni 2014 met de daarin vermelde stukken,
- de bij brief van 24 juli 2014 van de zijde van[eiser] in het geding gebrachte productie genummerd 19,
- de bij brief van 12 augustus 2014 van de zijde van [verzamelnaam ged.] c.s. in het geding gebrachte producties 11 en 12,
- het proces-verbaal van comparitie gehouden op 26 augustus 2014,
- de akte uitlating, tevens akte overlegging productie, genummerd 20,
- de akte uitlating van [verzamelnaam ged.] c.s. met één productie, genummerd 13.
2.Het geschil
3.De beoordeling
fl. 2.500.000,--.
20 juni 2006 op basis van lege en ontruimde oplevering alsmede vrij van huur en/of gebruik. In zijn taxatierapport van 16 april 2014 kent [makelaar 3] daaraan bij vrije oplevering per 20 juni 2006 een globale marktwaarde toe van € 2.735.000,--.
€ 6.450,00(2,5 punten × tarief € 2.580,00)
4.De beslissing
- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na betekening;