ECLI:NL:RBZWB:2015:194
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor ondersteuning bij organisatie van het huishouden
Verzoeker, een alleenstaande oudere met gezondheidsproblemen, maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout om de hulp bij het huishouden per 1 januari 2015 te wijzigen. Het college had toegezegd dat verzoeker ondersteuning bij het organiseren van het huishouden zou blijven ontvangen, maar dat hij de huishoudelijke hulp zelf moest regelen en betalen. Verzoeker betwistte dat zijn dochter de organisatie zou overnemen en stelde dat het college onzorgvuldig had gehandeld en het gelijkheidsbeginsel had geschonden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief van 16 oktober 2014 als een besluit moet worden aangemerkt en dat verzoeker geen onverwijlde spoed had voor de huishoudelijke hulp zelf, mede omdat het college bijzondere bijstand voor een deel van de kosten zou toekennen. Wel was er onverwijlde spoed voor de ondersteuning bij de organisatie van het huishouden, omdat verzoeker dit niet zelf kon regelen en het college deze ondersteuning zonder duidelijke motivering had gestaakt.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening voor huishoudelijke hulp af, maar kende de voorlopige voorziening toe voor ondersteuning bij de organisatie van het huishouden. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak bindt niet in een eventuele bodemprocedure en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen voor ondersteuning bij organisatie huishouden, afgewezen voor huishoudelijke hulp zelf.