Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- de processtukken in na te noemen procedure, waaronder het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 november 2011;
- het op 13 januari 2015 ingekomen wrakingsverzoek, met producties, gericht tegen na te noemen leden van de pachtkamer, belast met de behandeling van na te noemen zaak;
- de schriftelijke reactie van mr. C. Kool, voorzitter van die pachtkamer, ingekomen d.d. 29 januari 2015;
- de schriftelijke reactie van [verzoeker 1] d.d. 7 februari 2015;
- de op 18 maart 2015 ingekomen schriftelijke reactie van F. de Kubber, gemachtigde van [gedaagde], gedaagde in na te noemen procedure, de daarop van [verzoeker 1] ingekomen schriftelijke reactie van 21 maart 2015;
- de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer op 4 februari 2015, waarbij zijn verschenen verzoeker [verzoeker 1], voornoemd, mede namens de overige verzoekers, [gedaagde], gedaagde in na te noemen procedure, bijgestaan door zijn gemachtigde F. de Kubber en de leden van de pachtkamer mr. C. Kool en J. Kodde, en
- de voortgezette mondelinge behandeling van het verzoek door de wrakingskamer op 31 maart 2015, waarbij zijn verschenen [verzoeker 1], wederom mede namens de overige verzoekers, F. de Kubber, mr. C. Kool en J. Kodde, allen voornoemd.