Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een vleesvarkensstal en de bouwkosten geraamd op €600.000. De heffingsambtenaar heeft de bouwkosten vastgesteld op €894.000 aan de hand van de ROEB-lijst, waarop de leges van €17.880 zijn gebaseerd. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de werkelijke bouwkosten lager zijn, mede op basis van twee offertes.
De rechtbank oordeelt dat de eerste offerte betrekking had op een ander object en dus niet relevant was. De tweede offerte werd door de heffingsambtenaar als onvolledig bestempeld, waarbij essentiële onderdelen ontbraken. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat deze offerte een reële raming van de bouwkosten was. Omdat geen aannemingssom of voldoende onderbouwde raming beschikbaar was, mocht de heffingsambtenaar de ROEB-lijst gebruiken.
De ROEB-lijst is een door deskundigen opgestelde prijslijst die zorgt voor gelijkheid en rechtszekerheid bij de heffing van leges. Het enkele feit dat de werkelijke bouwkosten mogelijk lager zijn, leidt niet tot onredelijkheid of willekeur. De rechtbank concludeert dat de leges terecht en correct zijn geheven en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesheffing op basis van de ROEB-lijst wordt ongegrond verklaard.