ECLI:NL:RBZWB:2015:2301
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bezwaar tegen niet-ontvankelijkverklaring inzake bijwerking kadastrale registratie
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het Kadaster waarin haar bezwaar tegen de bijwerking van de kadastrale registratie uit 1994 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het onredelijk laat indienen van het bezwaar. Eiseres stelde dat zij niet tijdig op de hoogte was gesteld van de bijwerking en daarom niet eerder bezwaar kon maken. De rechtbank oordeelde dat het Kadaster niet kon aantonen dat de kennisgeving van de bijwerking aan eiseres was verzonden, waardoor de bezwaartermijn formeel niet was begonnen.
Echter, eiseres was sinds 2009 op de hoogte van de bijhouding van de kadastrale registratie en had toen redelijkerwijs binnen een redelijke termijn bezwaar moeten maken. Het bezwaar werd pas in 2013 ingediend, wat de rechtbank onredelijk laat vond. De stelling van eiseres dat zij eerder bezwaar had gemaakt, werd niet onderbouwd met bewijs. Ook waren er geen omstandigheden die een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigden.
De rechtbank stelde vast dat de kennisgeving van de bijhouding geen besluit in de zin van de Awb is en dat het beroep niet van rechtswege betrekking had op deze kennisgeving. Het Kadaster moet zelf een beslissing nemen op het bezwaar. Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet-ontvankelijk verklaren van haar bezwaar is ongegrond verklaard wegens onredelijk late indiening.