Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
vonnis van de pachtkamer d.d. 24 april 2015
[eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie],
1. [gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
3. [gedaagde 3],
4. [gedaagde 4],
5. [gedaagde 5],
6. [gedaagde 6],
7. [gedaagde 7],
8. [gedaagde 8],
9. [gedaagde 9],
10. [gedaagde 10],
11. [gedaagde 11],
12. [gedaagde 12],
13. [gedaagde 13],
14. [gedaagde 14],
15. [gedaagde 15],
16. [gedaagde 16],
17. [gedaagde 17],
18. [gedaagde 18],
19. de erven van [gedaagde 19],
20. [gedaagde 20],
21. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie 21],
22. [gedaagde 22],
23. [gedaagde 23],
24. [gedaagde 24],
25. [gedaagde 25],
26. [gedaagde 26],
27. [gedaagde 27],
28. [gedaagde 28],
het verloop van de procedure
de beoordeling van de zaak
de beslissing
- in totaal € 600,-- wegens salaris van de gemachtigde van de gedaagden onder 1, 2 en 4,
- in totaal € 900,-- wegens salaris van de gemachtigde van de gedaagden onder 3, 14, 15, 24 en 25,
- in totaal € 1.800,-- wegens salaris van de gemachtigde van de gedaagden onder 5, 6, 7, 8, 9, 10, 16, 17, 18, 20, 22, 23, 26, 27 en 28,
- nihil in het geval van gedaagden onder 19,
- € 300,-- wegens salaris van de gemachtigde van de gedaagde [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie 21];