Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een houdstermaatschappij zonder personeel en zonder registratie als ondernemer voor de omzetbelasting, heeft in 2011 een factuur uitgereikt met omzetbelasting terwijl zij geen belaste prestaties heeft verricht. De inspecteur legde een naheffingsaanslag en een boete op wegens onterechte vermelding van omzetbelasting.
Belanghebbende heeft geen tegenbewijs geleverd dat zij prestaties tegen vergoeding heeft verricht. Hoewel zij een creditfactuur heeft overgelegd, heeft zij het gevaar van verlies van belastinginkomsten niet tijdig en volledig weggenomen, omdat de factuurontvanger de voorbelasting heeft afgetrokken. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en dat er geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat.
De opgelegde boete van 50% wordt passend geacht omdat belanghebbende opzettelijk de omzetbelasting heeft vermeld zonder recht op betaling. Wel wordt de boete met 5% verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete verminderd tot € 1.867.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete verminderd tot € 1.867.