Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
Stcrt.2011, 19798 vermeldde dienaangaande:
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, onderdeel van een concern dat matrassen produceert, voerde bezwaar aan tegen de toepassing van het normale btw-tarief op de levering van bepaalde matrassen ([matrasnaam 2]). Deze matrassen werden in reclame gepresenteerd met de eigenschap 'voortreffelijke drukverlaging', maar niet expliciet als antidecubitusmatrassen. De inspecteur had het verlaagde tarief van 6% ingetrokken voor deze matrassen.
De rechtbank onderzocht of de [matrasnaam 2] matrassen kwalificeren als antidecubitusmatrassen volgens Tabel I, post a.37, bij de Wet op de omzetbelasting 1968. Uit de parlementaire toelichting en het unierechtelijke kader blijkt dat het verlaagde tarief bedoeld is voor medische hulpmiddelen die specifiek zijn ontworpen en aangeboden voor de preventie of behandeling van decubitus, doorgaans aangeschaft door zorginstellingen.
De [matrasnaam 2] matrassen worden niet specifiek als antidecubitusmatrassen gepresenteerd en zijn bedoeld voor de consumentenmarkt. De rechtbank concludeert dat deze matrassen niet onder het verlaagde tarief vallen. Ook het beroep op het neutraliteitsbeginsel wordt verworpen, omdat de [matrasnaam 1] matrassen, die wel onder het verlaagde tarief vallen, verschillen in dikte en gebruiksdoel en niet als soortgelijke goederen kunnen worden beschouwd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het normale btw-tarief terecht is toegepast op de levering van de [matrasnaam 2] matrassen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de matrassen niet kwalificeren als antidecubitusmatrassen en bevestigt het normale btw-tarief.