Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
Stcrt.2011, 19798 vermeldde dienaangaande:
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, onderdeel van een concern dat matrassen produceert, voerde bezwaar aan tegen het toepassen van het normale btw-tarief van 19% op de levering van een bepaald type matras ([matrasnaam 2]). Deze matrassen werden in reclame gepresenteerd met de eigenschap 'voortreffelijke drukverlaging', maar niet als antidecubitusmatrassen. De inspecteur had het verlaagde tarief van 6% ingetrokken voor deze matrassen.
De rechtbank onderzocht of deze matrassen onder de definitie van antidecubitusmatrassen vallen zoals bedoeld in Tabel I, post a.37, bij de Wet op de omzetbelasting 1968. Hierbij werd gekeken naar de wetssystematiek, de bedoeling van de wetgever, de parlementaire toelichting en het unierechtelijke kader. De rechtbank concludeerde dat antidecubitusmatrassen medische hulpmiddelen zijn die specifiek bedoeld zijn voor mensen met een ziekte of handicap en die als zodanig worden aangeboden.
De [matrasnaam 2] matrassen worden echter niet specifiek als antidecubitusmatrassen aangeboden en zijn bedoeld voor de consumentenmarkt. De rechtbank achtte aannemelijk dat deze matrassen niet speciaal zijn ontworpen voor mensen met een reëel risico op decubitus. Ook het beroep op het neutraliteitsbeginsel werd verworpen, omdat de [matrasnaam 1] matrassen, die wel onder het verlaagde tarief vallen, wezenlijk verschillen in dikte en gebruiksdoel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het normale btw-tarief terecht is toegepast op de [matrasnaam 2] matrassen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat het normale btw-tarief van 19% terecht is toegepast op de levering van de [matrasnaam 2] matrassen.