ECLI:NL:RBZWB:2015:2915
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Aanhouding procedure wegens prejudiciële vragen over stuitende werking collectieve actie bij effectenlease
In deze civiele zaak tussen Dexia Nederland B.V. en gedaagde staat de vraag centraal of de collectieve actie van de stichting Eegalease de verjaring van de buitengerechtelijke vernietigingsbevoegdheid van effectenleasecontracten stuit. Gedaagde stelt dat zijn echtgenote enkele contracten heeft vernietigd op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW, terwijl Dexia betwist dat deze bevoegdheid niet meer geldig was vanwege verjaring.
Het gerechtshof Amsterdam heeft prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad over de reikwijdte van de stuitende werking van een collectieve vordering op de verjaring van de vernietigingsbevoegdheid. De kantonrechter acht het antwoord op deze vragen essentieel voor de beoordeling van de eis van Dexia.
Daarom besluit de kantonrechter ex artikel 392 lid 6 Rv Pro de zaak aan te houden totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. Partijen krijgen de gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over dit voornemen. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling na de uitspraak van de Hoge Raad.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad over de stuitende werking van een collectieve actie op de verjaring van vernietigingsbevoegdheid.