ECLI:NL:RBZWB:2015:2916

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 april 2015
Publicatiedatum
6 mei 2015
Zaaknummer
AWB - 14 _ 4737
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31a Wet op de Loonbelasting 1964Art. 10ea Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965Afdeling 8.2.6 Algemene wet bestuursrechtArt. 27d Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek 30%-regeling wegens ontbreken gezamenlijk verzoek werkgever en werknemer

Belanghebbende, een Mexicaanse werknemer bij een Nederlandse werkgever, verzocht om toepassing van de 30%-regeling voor extraterritoriale werknemers. De inspecteur wees dit verzoek af omdat het niet gezamenlijk door werkgever en werknemer was ingediend, zoals vereist volgens artikel 31a, tweede lid, onder e, Wet op de Loonbelasting 1964.

Belanghebbende was in Nederland gekomen voor studie en was na afstuderen in dienst getreden bij een Nederlandse werkgever. Ondanks verzoeken van de inspecteur om het aanvraagformulier aan te vullen, werd dit niet gedaan. Hierdoor werd het verzoek afgewezen.

De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een gezamenlijk verzoek een fundamentele voorwaarde is en dat de afwijzing terecht was. De overige voorwaarden behoefden niet te worden beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het gezamenlijke verzoek van werkgever en werknemer ontbreekt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer AWB 14/4737
uitspraak van 29 april 2015
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats],
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van de inspecteur van 17 juni 2014 op het bezwaar van belanghebbende tegen de afwijzing van het verzoek om toepassing van de 30%-regeling voor extraterritoriale werknemers.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 april 2015 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, namens de inspecteur, [verweerder].
De gemachtigde van belanghebbende is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 27 februari 2015 aan [gemachtigde] en [kantoornaam gemachtigde] op het adres [adres] [plaats X], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Belanghebbende en gemachtigde zijn, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 28 februari 2015 aan belanghebbende op genoemd adres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden.

1.Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

2.Gronden

2.1.
Belanghebbende is geboren op [datum] 1988 en heeft de Mexicaanse
nationaliteit.
2.2.
In september 2009 is belanghebbende naar Nederland gekomen voor een studie aan
de Technische Universiteit Eindhoven. In augustus 2012 is belanghebbende afgestudeerd. Direct na zijn afstuderen is belanghebbende een arbeidsovereenkomst aangegaan met [A BV] (hierna: [A BV]).
2.3.
Op 26 juli 2013 heeft gemachtigde verzocht om toepassing van de 30%-regeling
voor extraterritoriale werknemers voor belanghebbende in het kader van zijn dienstverband
bij [A BV]. Door de gemachtigde is aangegeven dat het aanvraagformulier en de
bijbehorende stukken zouden worden toegestuurd. De inspecteur heeft bij brief van 15
augustus 2013 verzocht het verzoek aan te vullen. Belanghebbende heeft dat niet gedaan.
Met dagtekening 16 december 2013 heeft de inspecteur het verzoek van belanghebbende
afgewezen.
2.4.
In geschil is of het verzoek van belanghebbende om toepassing van de 30%-
regeling terecht is afgewezen.
2.5.
Ingevolge artikel 31a, tweede lid, onder e, van de Wet op de Loonbelasting 1964
in verbinding met artikel 10ea, lid 1, Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 (teksten 2012)
is een van de voorwaarden om voor bedoelde 30%-regeling in aanmerking te komen dat
hierom door de werknemer en de inhoudingsplichtige gezamenlijk wordt verzocht.
2.6.
Vast is komen te staan dat een dergelijk - gezamenlijk – verzoek niet is gedaan. Belanghebbendes verzoek is dan ook naar het oordeel van de rechtbank terecht afgewezen. Het gelijk is aan de inspecteur. De vraag of aan de overige voorwaarden is voldaan hoeft hierdoor geen beantwoording meer.
2.7.
Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond verklaard.
2.8.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan op 29 april 2015 door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. W.C.C. Koreman-de Bok, griffier.
De griffier, de rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.