Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een Mexicaanse werknemer bij een Nederlandse werkgever, verzocht om toepassing van de 30%-regeling voor extraterritoriale werknemers. De inspecteur wees dit verzoek af omdat het niet gezamenlijk door werkgever en werknemer was ingediend, zoals vereist volgens artikel 31a, tweede lid, onder e, Wet op de Loonbelasting 1964.
Belanghebbende was in Nederland gekomen voor studie en was na afstuderen in dienst getreden bij een Nederlandse werkgever. Ondanks verzoeken van de inspecteur om het aanvraagformulier aan te vullen, werd dit niet gedaan. Hierdoor werd het verzoek afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een gezamenlijk verzoek een fundamentele voorwaarde is en dat de afwijzing terecht was. De overige voorwaarden behoefden niet te worden beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het gezamenlijke verzoek van werkgever en werknemer ontbreekt.