Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betrof een verdenking van het ter beschikking stellen en het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, waaronder bangers en Chinese rollen, in Tilburg en omgeving in de periode september tot november 2010. Verdachte werd beschuldigd van het leveren van vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, in strijd met het Vuurwerkbesluit.
Tijdens de behandeling van de zaak op 22 april 2015 verscheen verdachte niet, maar wel zijn raadsman. De officier van justitie baseerde haar bewijs op observaties, tapgesprekken, bevindingen van verbalisanten, verklaringen van medeverdachten en getuigen, en deskundigenverklaringen van het NFI. De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was, mede omdat het vuurwerk was vernietigd en geen contra-expertise mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek door de verbalisanten onvoldoende was uitgevoerd. Slechts één doos was geopend en visueel beoordeeld, zonder inhoudelijke analyse of weging van het vuurwerk. De NFI-deskundigenverklaringen konden niet doorslaggevend zijn omdat de monsters ontbraken. Ook bleek dat het merendeel van het vuurwerk in België was geleverd.
Gezien het gebrek aan wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat het aangetroffen materiaal professioneel vuurwerk betrof.