Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende kreeg van zijn werkgever een auto ter beschikking gesteld en had een verklaring geen privégebruik auto aangevraagd en gekregen. De inspecteur verzocht informatie over het autogebruik in 2011 en 2012, waarna bleek dat de rittenregistratie onvolledig was vanwege vijf ontbrekende ritten in 2011 en één in 2012.
Belanghebbende stelde dat de ontbrekende ritten zakelijk waren en overlegd bewijs zoals snelheidsovertredingsbeschikkingen. De inspecteur accepteerde de rittenregistratie over 2012, maar niet die over 2011, waarop een naheffingsaanslag loonheffing en een boete werden opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat de bewijslast bij belanghebbende ligt om aan te tonen dat de auto minder dan 500 km privé is gebruikt. Door de ontbrekende ritten is de rittenregistratie aantoonbaar onjuist en levert belanghebbende onvoldoende bewijs. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd. De boete wordt wel verminderd van € 1.800 naar € 1.100 wegens het karakter van het verzuim.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor zover het de boete betreft en ongegrond voor de naheffingsaanslag. Tevens worden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonheffingen wordt bevestigd, de boete wordt verminderd tot € 1.100.