Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de BPM-heffing op een Audi A6, die hij te laat heeft ingediend. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
Belanghebbende stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de belasting in strijd zou zijn met het Unierecht, verwijzend naar een recente conclusie van advocaat-generaal Jääskinen bij het Hof van Justitie van de EU.
De rechtbank oordeelt dat deze conclusie niet inhoudt dat nationale procedureregels zoals bezwaartermijnen buiten toepassing moeten blijven bij in strijd met EU-recht geheven belastingen. De Nederlandse bezwaar- en beroepstermijnen belemmeren het recht op teruggaaf niet zodanig dat het recht niet kan worden geëffectueerd.
Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk en was de inspecteur niet verplicht belanghebbende te horen in de bezwaarfase. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.