Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
De zaak is (inhoudelijk) door de meervoudige kamer behandeld op de zitting van 22 mei 2015, waarbij de officier van justitie, mr. Bezem, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 9 januari 2011 vond in een discotheek te Breda een geweldsincident plaats waarbij verdachte en zijn broer betrokken waren. Verdachte werd primair beschuldigd van openlijke geweldpleging en subsidiair van medeplegen mishandeling jegens het slachtoffer tijdens de zogenaamde tweede confrontatie.
De rechtbank beperkte zich bij de beoordeling tot deze tweede confrontatie, omdat de tenlastelegging volgens eerdere uitlatingen van het Openbaar Ministerie daarop moest worden uitgelegd. Zowel de officier van justitie als de verdediging erkenden dat er onduidelijkheden waren in de verklaringen over het incident.
Uit het dossier bleek dat verdachte mogelijk een duw aan het slachtoffer gaf om het gevecht tussen zijn broer en het slachtoffer te stoppen, maar dat hij het slachtoffer niet heeft geslagen. Er was geen bewijs van samenwerking tussen verdachte en zijn broer bij het plegen van geweld. De enige getuige die verdachte het slaan toedichtte, werd niet door ander bewijs ondersteund.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen voor openlijke geweldpleging of medeplegen mishandeling en sprak hem vrij van beide tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van openlijke geweldpleging en medeplegen mishandeling wegens onvoldoende bewijs.