Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 31 maart 2013 vond in de woning van verdachte een ontploffing plaats. Verdachte was bezig met het mengen van stoffen voor thermietlasstaven. Technisch onderzoek bevestigde de ontploffing door een pyrotechnisch mengsel, maar kon niet vaststellen wat de ontstekingsbron was.
De officier van justitie achtte het primair ten laste gelegde feit van opzettelijke ontploffing wettig en overtuigend bewezen, evenals vernieling en voorbereiding van een misdrijf. De verdediging stelde dat er geen bewijs was voor (voorwaardelijk) opzet en verwees naar jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte de ontploffing opzettelijk of met schuld heeft veroorzaakt. Het ontbreken van technisch bewijs over de ontstekingsbron en het feit dat verdachte voorzorgsmaatregelen nam, leidde tot vrijspraak van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering omdat de feiten niet bewezen zijn. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van (voorwaardelijk) opzet en schuld bij het teweegbrengen van de ontploffing.