Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen een aanslag vennootschapsbelasting over het eerste halfjaar van 2011 en een opgelegde verzuimboete. De inspecteur had de aanslag ambtshalve vastgesteld op een belastbaar bedrag van €10.000 en de boete opgelegd wegens het uitblijven van aangifte.
Belanghebbende had in 2009 een herinvesteringsreserve gevormd na verkoop van onroerende zaken en in december 2010 een onroerende zaak gekocht voor €3.350.000. Deze zaak werd in november 2011 verkocht aan een zustermaatschappij voor €1.050.000. Belanghebbende was vanaf 2011 onderdeel van een fiscale eenheid met de moedermaatschappij.
De kern van het geschil was of belanghebbende de onroerende zaak mocht afwaarderen tot de lagere verkoopprijs binnen de fiscale eenheid. De rechtbank oordeelde dat de herinvesteringsreserve niet op de boekwaarde mocht worden afgeboekt en dat onvoldoende bewijs was geleverd voor een waardedaling vóór de fiscale eenheid. De aanslag was gebaseerd op een redelijke schatting en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag vennootschapsbelasting en verzuimboete wordt ongegrond verklaard.