Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 31 juli 2015 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
de Inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit voor zover het de vergunningvoorschriften 7.7.1 en 7.6.2 betreft;
- bepaalt dat vergunningvoorschrift 7.7.1 als volgt komt te luiden: “De grootte van een overeenkomstig voorschrift 7.6.1 afgescheiden vak mag ten hoogste 160 m2 bedragen”.
- bepaalt dat vergunningvoorschrift 7.6.2 als volgt komt te luiden: “Om een effectieve werking van de automatische hi-ex inside air installatie te kunnen garanderen dienen, conform het door het bevoegd gezag goedgekeurde UPD Brandbeveiliging [naam bedrijf] Project nr. 1227-1 versie 1.0 d.d. 3 januari 2013, binnen een termijn van twee maanden na het van kracht worden van deze omgevingsvergunning, de verdiepte vloerdelen (opvangbakken) in hal 6.2 te worden gedicht indien daarin opslag van kleinere ADR-verpakkingsmiddelen zal plaatsvinden. Opslag van de grotere IBC-verpakkingsmiddelen is alleen toegestaan indien een adequaat gotensysteem met vlamkerende roosters aanwezig is”.
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 318,-- aan eiser te vergoeden.