Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 6 augustus 2015 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de minister van Veiligheid en Justitie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“ Mijn schoonzoon […] heeft mij die ochtend afgezet bij de PI. […] Toen ik geattendeerd werd op het voorwerp in mijn tas heb ik direct de tas van de band genomen en naar buiten gelopen. […] Ik ben naar de fietsenstalling gelopen, ik heb in de fietsenstalling mijn telefoon gepakt en heb mijn schoonzoon gebeld. De schoonzoon was nog in de buurt en is teruggekeerd. […] Ik heb mijn telefoon nadat ik was afgezet door mijn schoonzoon in de fietsenstalling in een kluisje gelegd. […] Ik heb twee telefoons, ik heb met de sim kaart van Lebara mijn schoonzoon gebeld.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 167,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 980,-.