Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende diende haar aangifte vennootschapsbelasting 2013 in en betaalde voorafgaand aan de formele aanslag een bedrag aan belasting. De Belastingdienst legde vervolgens een nadere voorlopige aanslag op met belastingrente over de periode vanaf zes maanden na het belastingtijdvak tot de invorderingsdatum.
Belanghebbende betwistte de belastingrente en stelde dat de vooruitbetaling renteverplichtingen uitsloot. Daarnaast voerde zij aan dat het hogere rentepercentage voor vennootschapsbelastingplichtigen ten opzichte van andere belastingplichtigen in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de belastingrente terecht en over de juiste periode is berekend, omdat de wet geen regeling kent voor het voorkomen van rente door vooruitbetaling. Het verschil in rentepercentage is volgens de rechtbank objectief en redelijk gerechtvaardigd, mede gelet op de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever en de motieven in de Memorie van Toelichting.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Beukers-van Dooren en op 1 juli 2015 openbaar uitgesproken te Breda.
Uitkomst: Belastingrente is terecht en over de juiste periode berekend, en het verschil in rentepercentage is objectief en redelijk gerechtvaardigd.