ECLI:NL:RBZWB:2015:5686
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot instelling beschermingsbewind wegens onvoldoende wettelijke gronden
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot instelling van beschermingsbewind over de goederen van een meerderjarige verzoekster die analfabeet is en de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Tijdens de zitting bleek dat zij geen lichamelijke of geestelijke problemen heeft en momenteel geen problematische schulden bezit, hoewel er dreiging van financiële problemen bestaat door haar thuissituatie en de inwoning van drie meerderjarige kinderen die nauwelijks bijdragen aan de huishouding.
De kantonrechter oordeelde dat het analfabetisme en de taalbeheersing van verzoekster niet kwalificeren als een lichamelijke of geestelijke toestand in de zin van artikel 1:431 lid 1 BW Pro, wat een vereiste is voor onderbewindstelling. Tevens werd geoordeeld dat het beschermingsbewind niet het ultieme redmiddel is voor maatschappelijke problemen en dat er te snel en gemakkelijk verzoeken tot onderbewindstelling worden ingediend.
Verder bleek dat verzoekster een saneringskrediet heeft afgesloten om haar schulden af te lossen, waardoor er geen sprake is van problematische schulden. De kantonrechter benadrukte dat de problematiek vooral door verzoekster zelf moet worden aangepakt, met minder ingrijpende voorzieningen dan onderbewindstelling.
Daarom werd het verzoek tot instelling van beschermingsbewind afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden na uitspraak, via een advocaat bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het verzoek tot instelling van beschermingsbewind wordt afgewezen wegens het ontbreken van een lichamelijke of geestelijke toestand en problematische schulden.