Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- een van verzoeker op 1 juli 2015 ingekomen klaagschrift, hetwelk dient te worden aangemerkt als een wrakingsverzoek, gericht tegen mr. [voorl.] Eijssen, kantonrechter bij deze rechtbank;
- het procesdossier van de hierna te noemen zaak, waar onder het proces-verbaal van de daarin op 30 juni 2015 gehouden comparitie van partijen;
- de op 4 augustus 2015 ingekomen schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek van mr. [voorl. adv.] Schmidt, advocaat te Roermond en gemachtigde van [gemachtigde] , eiseres in conventie en verweerster in reconventie in de hierna te noemen zaak, en
- de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer op 9 september 2015, waarbij zijn verschenen verzoeker en mr. Eijssen, beiden voornoemd.
2.Het verzoek
3.De feiten en de gronden voor wraking
4.Het standpunt van de kantonrechter
5.Het standpunt van [gemachtigde]
6.De beoordeling en de gronden daarvoor
7.De beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met procedurenummer 39000851 CV EXPL 15-1189 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van het wrakingsverzoek