Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan zowel de primair als subsidiair tenlastegelegde feiten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte wegens medeplegen en medeplichtigheid aan mensenhandel met betrekking tot een aangeefster die gedwongen zou zijn tot prostitutie in Nederland, Duitsland en Roemenië.
De aangeefster deed in 2002 aangifte, maar haar verklaringen waren wisselend en werden in 2009 herhaald onder psychische druk en suggesties, waardoor de betrouwbaarheid werd betwijfeld. Getuigenverklaringen en andere bewijsstukken boden geen sluitend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij het dwingen of medeplichtigheid aan mensenhandel.
Verdachte ontkende kennis van dwang of medeplichtigheid en verklaarde slechts hand- en spandiensten te hebben verleend als tolk. De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte medeplichtig was aan de ten laste gelegde feiten.
Daarom sprak de rechtbank verdachte integraal vrij van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde. Het vonnis werd uitgesproken op 20 augustus 2015 door mr. Tempelaar, mr. Pick en mr. Fleskens.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van medeplegen en medeplichtigheid aan mensenhandel.