Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft BPM betaald op basis van een taxatierapport waarin de handelsinkoopwaarde van een geïmporteerde auto was vastgesteld. De inspecteur stelde een naheffingsaanslag op omdat de schadepost in het taxatierapport niet werd erkend en de auto niet werd aangeboden voor hertaxatie.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur bevoegd is om te eisen dat de auto op een door hem aangewezen plaats en tijd wordt getoond voor hertaxatie, en dat deze eis proportioneel en gerechtvaardigd is. De weigering van belanghebbende om de auto aan te bieden voor hertaxatie is onvoldoende grond voor een verzwaring van de bewijslast.
Verder stelt de rechtbank dat het verschil tussen de aangegeven en werkelijk verschuldigde BPM niet aanzienlijk is, waardoor geen sprake is van een inhoudelijk gebrek in de aangifte dat een verzwaring van de bewijslast rechtvaardigt. Ook is belanghebbende er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de schadepost in mindering gebracht moet worden op de koerslijstwaarde.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag BPM zoals opgelegd door de inspecteur.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.