Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 18 september 2015 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de waarde van een woning voor de erfbelasting.
De erflaatster overleed in 2013, haar nalatenschap omvatte onder meer een woning en garagebox. Voor de woning waren WOZ-waarden vastgesteld van €320.000 voor 2013 en €313.000 voor 2014. De woning werd in november 2014 verkocht voor €227.500. Belanghebbende betwistte de WOZ-waarde en stelde dat de lagere verkoopprijs als waarde voor de erfbelasting moest gelden.
De inspecteur had de WOZ-waarde voor 2014 als uitgangspunt genomen en de aanslag deels verminderd. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 21 lid 5 van Pro de Successiewet 1956 de WOZ-waarde geldt als waarde voor de erfbelasting, mits deze onherroepelijk is vastgesteld. De lagere verkoopprijs is niet relevant. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de waarde van €313.000 als belastbare verkrijging.
De rechtbank benadrukte dat zij geen toetsing aan de grondwettelijkheid of billijkheid van de wet kan verrichten. De uitspraak is in het openbaar gedaan en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de WOZ-waarde van €313.000 geldt voor de erfbelasting, ondanks de lagere verkoopprijs.