Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 september 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 24 november 2014.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
“Dat de gefinancierde rechtshulp die cliënt de afgelopen jaren heeft genoten, en die voorwaardelijk was verleend, bij een slotuitkering in deze orde van grootte achteraf zal worden ingetrokken. Cliënt zal de advocaatkosten zelf dienen te betalen. Uitgaand van het netto ontvangen van de uitkering waar u over heeft gesproken betekent dit, dat deze uitkering met circa 50% zou moeten worden verhoogd.”
“Ik heb nog eens de fax aan [naam X] doorgelezen en zoals ik het lees zal de uitslag zijn dat als we akkoord gaan met die € 75.000 en natuurlijk ook mijn toevoeging ingetrokken zal worden en ik van die
“Wat betreft de rekening. Van die rekening van € 378 ben ik bijna zeker dat die betaald is en we hadden met Wilfred de afsprak dat alles wat nog open zou staan we zouden verrekenen nadat Watco betaald zou hebben (…)”
“Voor die situatie gaf u aan dat van het op onze derdengeldenrekening ontvangen bedrag het bedrag ter zake van honorarium verschotten en BTW door mij kan worden verrekend met het bedrag van € 50.000,00 en dat het nadien te uwen gunste resterende bedrag vervolgens naar u wordt overgemaakt. “
- griffierecht € 1.892,--
- salaris advocaat ( 2 pnt x tarief € 579,--)