Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verdere procesverloop
- de akte aan de zijde van [gedaagde] van 11 februari 2015 met één productie;
- de antwoordakte aan de zijde van [eiser] van 11 maart 2015.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een civiele zaak waarin eiser stelde dat Aegon onrechtmatig had gehandeld door het adviseren van effectenlease-overeenkomsten via een tussenpersoon, met betrekking tot het product VermogensVliegwiel. De rechtbank bevestigde dat een medewerker van de tussenpersoon eiser had geadviseerd en dat Aegon hiervan op de hoogte was of had moeten zijn.
Aegon mocht tegenbewijs leveren, maar slaagde hier niet in. De rechtbank oordeelde dat Aegon tekort was geschoten in haar zorgplicht en daardoor onrechtmatig had gehandeld volgens artikel 41 NR Pro 1999. De schadevergoeding werd vastgesteld op 80% van het door eiser betaalde bedrag onder de overeenkomsten, vermeerderd met wettelijke rente.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering tot vergoeding van schade voortvloeiend uit een hypothecaire lening af, omdat de zorgplicht van Aegon niet strekte tot bescherming tegen nadelen van financieringskeuzes van eiser. Verder werd Aegon veroordeeld tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. De uitspraak bevestigt de zorgplicht van financiële dienstverleners bij effectenleaseproducten en de aansprakelijkheid bij schending daarvan.
Uitkomst: Aegon wordt veroordeeld tot vergoeding van 80% van de betaalde bedragen onder de effectenlease-overeenkomsten, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten.