Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft zonnepanelen laten installeren op zijn privéwoning en betaalde hiervoor omzetbelasting in het eerste kwartaal van 2013. Hij leverde vanaf 2 juli 2013 stroom aan het elektriciteitsnet en meldde zich op 27 juni 2013 aan als ondernemer voor de omzetbelasting met het verzoek het aangiftetijdvak op één jaar te stellen.
De inspecteur stelde het aangiftetijdvak echter op kwartaal en weigerde de teruggaaf van de voorbelasting omdat het verzoek niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden na afloop van het kwartaal was ingediend. De rechtbank oordeelde dat het verzoek van 27 juni 2013 niet als een tijdig verzoek om teruggaaf kon worden aangemerkt, omdat daarin niet expliciet om teruggaaf werd gevraagd.
De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie dat lidstaten formele eisen mogen stellen aan de aftrek van voorbelasting, mits het evenredigheidsbeginsel niet wordt geschonden. De gestelde termijn achtte de rechtbank redelijk en niet in strijd met dit beginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het verzoek om teruggaaf omzetbelasting niet tijdig is ingediend.