Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek
- de antwoordakte.
2.De feiten
€ 30.899,25 bij de vennootschap in rekening gebracht. De vennootschap heeft de verschuldigdheid niet betwist. Zij heeft evenmin betaald.
3.Het geschil
- [gefailleerde] leed in 2010 een verlies van € 1.618.000,-, waarbij het eigen vermogen daalde naar € 752.000,- negatief;
- eind 2011 werd een beperkte reorganisatie doorgevoerd, waarbij een aantal personeelsleden werd ontslagen;
- [gedaagde] wist dat het door de Rabobank verstrekte krediet per eind 2011 nog 4,5 miljoen euro bedroeg en dat dit in de periode tot begin april 2012 moest worden afgebouwd naar 2,5 miljoen. Gezien de verliesgevende bedrijfsvoering moet het voor [gedaagde] al eind 2011 duidelijk zijn geweest dat dat onmogelijk zou kunnen, zodat het voor hem ook duidelijk moet zijn geweest dat de vennootschap niet aan haar lopende verplichtingen zou kunnen voldoen en evenmin aan haar verplichtingen uit nieuwe overeenkomsten, zoals die met [eiseres] ;
- [gedaagde] wist op 6 januari 2012 dat de bank het krediet per april 2012 zou opzeggen en dat het voortbestaan van de vennootschap daarmee onmogelijk was geworden. De bank heeft het krediet schriftelijk op 19/24 januari 2012 opgezegd.
4.De beoordeling
- griffierecht € 842,00
- salaris advocaat
5.De beslissing
€ 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak.