Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
- homoseksuelen, wegens hun homoseksuele gerichtheid, door opzettelijk beledigend in die rap/songtekst de volgende woorden te gebruiken en/of de volgende woorden heeft uitgesproken in die videoclip op youtube: "Flikkers geef ik geen hand"; en/of
- joden, wegens hun ras en/of hun godsdienst en/of levensovertuiging, door opzettelijk beledigend in die rap/songtekst de volgende woorden te gebruiken en/of de volgende woorden heeft uitgesproken in die videoclip op youtube: "Ik haat die fucking joden nog maar dan de nazi's";
- homoseksuelen, wegens hun homoseksuele gerichtheid, immers in de clip wordt gezegd: “Flikkers geef ik geen hand”; en/of over
- joden, wegens hun ras en/of hun godsdienst en/of levensovertuiging, immers in die rap/songtekst worden de volgende woorden gebruikt: “Ik haat die fucking joden nog meer dan de nazi’s”.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- is de uitlating op zichzelf beledigend voor een groep mensen?
- zo ja: is de uitlating gedaan in een bepaalde context en zo ja, welke en neemt die context het beledigende karakter van de uitlating weg?
- zo ja: is de uitlating toch onnodig grievend?
eigenboosheid en frustraties ten gehore brengt en dat de uitlating “Ik haat die fucking joden nog meer dan de nazi’s” slechts één keer in het nummer voorkomt en volledig op zichzelf lijkt te staan. In die zin krijgt de uitlating daarom ook minder betekenis. Een en ander tegen elkaar afwegend, is de rechtbank van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een onnodig grievende uitlating en dat aldus de grens van artikel 10 EVRM Pro niet is overschreden door de gedane uitlating. Van een belediging in de zin van artikel 137c of 137e Sr is dus ook hier geen sprake.