Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het proces-verbaal van comparitie van 10 december 2014 en de daarin genoemde stukken,
- het proces-verbaal van comparitie van 14 juli 2015 en de daarin genoemde stukken,
- de akte van PCI.
2.Het geschil
in conventie
primairde tussen PCI en 4PK c.s. op 25 maart 2014 gesloten overeenkomst ontbindt met veroordeling van PCI tot betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan 4PK binnen 48 uur na betekening van dit vonnis van een bedrag van € 92.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 mei 2011 tot aan de dag der algehele voldoening,
3.De beoordeling
Mits koper in deze alsdan nog eigenaar is van de hem bij deze geleverde onroerende zaken”.
Als koopsom zal gelden de dan geldende vrije verkoopwaarde vast te stellen door partijen in onderling overleg en bij gebreke van overeenstemming daaromtrent door drie deskundigen te benoemen als volgt: ieder van partijen benoemt één taxateur, terwijl vervolgens deze twee taxateurs samen een derde taxateur benoemen.”
Indien cliënte(rechtbank: 4PK c.s.)
en PCI overeenstemming bereiken (…), kan PCI de met C aangeduide strook eventueel aan de heer [naam X] verkopen. Dit tegen een haar conveniërende prijs. (…) Het is aan PCI en [naam X] om de omvang van perceel A(rechtbank: tussen partijen staat vast dat bedoeld is perceel C)
te bepalen.”