Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[verzoekster 1] ,
[verzoekster 2] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak is een geschil tussen een werknemer en haar werkgever over het recht op zondagtoeslag. De werknemer, sinds 1993 in dienst, stelt dat zij op grond van haar individuele arbeidsovereenkomst en een overgangsregeling uit de CAO 2003-2004 recht heeft op deze toeslag. De werkgever betwist dit en verwijst naar de nieuwe CAO 2012-2013, die geen zondagtoeslag kent.
De kantonrechter oordeelt dat de overgangsregeling uit de CAO 2003-2004 kwalificeert als een individuele schriftelijke afspraak, die krachtens artikel 2.11 van de CAO 2012-2013 van kracht blijft. Hoewel de werkgever geen individueel overleg met de werknemer voerde, heeft zij de toeslag wel voortgezet, waardoor een individuele afspraak is ontstaan. De werkgever kan zich niet beroepen op het ontbreken van schriftelijke vastlegging in de individuele arbeidsovereenkomst.
De rechter beantwoordt de hoofdvraag bevestigend: de werknemer behoudt het recht op zondagtoeslag. De overige vragen over verval en compensatie worden niet behandeld. Partijen hebben het hoger beroep uitgesloten en de werkgever draagt de proceskosten tot op heden.
Uitkomst: Werknemer behoudt recht op zondagtoeslag op grond van individuele schriftelijke afspraak ondanks wijzigingen in de CAO.