Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2] ,
[gedaagde sub 3] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, sinds 2004 in dienst als winkelmedewerkster, meldde zich op 20 januari 2015 ziek en opnieuw op 5 februari 2015. De werkgever accepteerde de tweede ziekmelding niet en stopte de loonbetaling vanaf 6 februari 2015. Er ontstond een geschil over de loondoorbetaling tijdens vermeende ziekte.
Eiseres stelde dat zij ziek was en dat de arbodienst haar niet had gezien of gehoord, waardoor de beoordeling onjuist was. Zij vorderde loonbetaling vanaf 5 februari tot 1 mei 2015. De werkgever voerde aan dat de loonbetaling terecht was gestopt, dat er geen wettelijke verplichting was voor een medisch onderzoek, en dat eiseres geen deskundigenverklaring van het UWV had overgelegd, wat volgens artikel 7:629a BW verplicht is bij een geschil over loondoorbetaling.
De rechtbank oordeelde dat de deskundigenverklaring een verplicht voorportaal is voor toegang tot de rechter bij een geschil over loondoorbetaling tijdens ziekte. Het eerste oordeel kan van de werkgever afkomstig zijn en het is niet vereist dat de werknemer eerst door een arts is gezien. Omdat eiseres geen deskundigenverklaring had overgelegd en er geen omstandigheden waren die het overleggen daarvan onredelijk maakten, werd zij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
De kantonrechter stelde vast dat er geen sprake was van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht door eiseres, zodat zij niet in de proceskosten werd veroordeeld. Iedere partij draagt haar eigen kosten.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van deskundigenverklaring ex artikel 7:629a BW.