Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
De raadsman concludeert tot bewezenverklaring van verduistering in dienstbetrekking van 6.600 euro in de jaren 2006 en 2007.
Zij verklaarde dat er drie bankrekeningen waren, te weten van tandarts [naam 1] , van tandarts [naam 2] en van de maatschap [naam maatschap] , dat zij van elke bankrekening een pasje had en die gebruikte voor het verrichten van betalingen via telebankieren en voor het opnemen van kasgeld. Verdachte heeft toegegeven dat zij transacties deed die zij zelf benoemt als verduistering in dienstbetrekking [3] .
Verdachte bevestigde de volgende transacties te hebben verricht waarbij zij zich wederrechtelijk geld toeëigende:
-Op 16 juni 2006 om 14.45 uur in Sint Jansteen een opname van bankrekening [nummer 1] van tandarts [naam 1] van 800,00 euro.
5.De bewezenverklaring
01 januari 200331 maart 2004 tot en met 31 januari 2008,
,
een of meerderegeldbedrag
(en
)van in totaal ongeveer
56.931,62
in elk geval enig goed/geldbedrag, dat/die
geheel of ten dele
(n
)aan tandartspraktijk [naam praktijk] en/of de maatschap
in elk geval aan een ander of
(e)goed
(eren)verdachte uit hoofde van haar
van/als balieassistente/receptioniste/
in elk geval anders dan door misdrijf onder zich
/verstrekt- meermalen contant gelden op te nemen van de
/ofhaar echtgenoot],
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
Compensatie voor de overschrijding van deze termijn dient gezocht te worden in de vermindering van de straf die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden en leidt, overeenkomstig de vaste jurisprudentie, in deze zaak tot strafvermindering met 10%, nu de redelijke termijn met 6 tot 12 maanden is overschreden. De rechtbank is van oordeel dat voor de gepleegde feiten een werkstraf van 90 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van tien weken passend zou zijn geweest.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een taakstraf van 80 (tachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
40 (veertig) dagen;
een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden;