In deze civiele procedure vorderen eisers betaling van een hoofdsom en incassokosten op grond van nakoming van een overeenkomst tot gezamenlijke realisatie van tien koopwoningen. Gedaagde, Bouwbedrijf Boogert B.V., stelt dat de rechtbank onbevoegd is omdat een arbitragebeding in de toepasselijke algemene voorwaarden van toepassing zou zijn, waardoor de Raad van Arbitrage voor de Bouw bevoegd zou zijn.
Boogert baseert zich op verwijzingen in de Technische Omschrijving 2014 en de Exploitatieovereenkomst naar de UAV 1989 en een arbitraal beding in de Garantie- en Waarborgregeling en Modelovereenkomst. Eisers betwisten dat deze voorwaarden en arbitragebeding onderdeel uitmaken van de overeenkomst en voeren onder meer aan dat zij niet als partij bij die regelingen zijn betrokken en dat er geen ondubbelzinnige afspraak tot arbitrage is gemaakt.
De rechtbank stelt vast dat de Technische Omschrijving 2014 wel onderdeel uitmaakt van de overeenkomst, maar dat de verwijzingen naar de Garantie- en Waarborgregeling en Modelovereenkomst niet tot de toepasselijkheid van het arbitragebeding leiden omdat deze regelingen zijn bedoeld voor de verkrijger en niet voor de opdrachtgever, zoals eisers. Ook de verwijzing in de Exploitatieovereenkomst is irrelevant voor het geschil.
Daarmee is geen arbitrage overeengekomen tussen partijen en is de rechtbank bevoegd om kennis te nemen van het geschil. De exceptie van onbevoegdheid wordt afgewezen en Bouwbedrijf Boogert wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.