Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, die sinds 2009 een eenmanszaak dreef in de handel van handtassen en kleding en later schoonmaakartikelen, kreeg een boekenonderzoek naar zijn inkomsten- en omzetbelasting over meerdere jaren. Tijdens het onderzoek verklaarde hij zijn administratie te hebben vernietigd zonder back-up.
De inspecteur stelde op 10 juni 2014 een informatiebeschikking vast wegens het niet voldoen aan de administratieplicht zoals voorgeschreven in artikel 52 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Belanghebbende maakte bezwaar, waarvan een deel werd gehonoreerd, maar de meeste bezwaren werden ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat het vernietigen van de administratie een schending is van de administratieplicht en dat de informatiebeschikking terecht is genomen. Gezien de aard van de tekortkoming acht de rechtbank herstel niet zinvol en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de informatiebeschikking wegens niet-naleving van de administratieplicht wordt ongegrond verklaard.