Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[eiser sub 1]
[eiser sub 2]
1.[gedaagde sub 1]
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers en gedaagden zijn betrokken bij een conflict op een woonwagencentrum, waarbij op 11 november 2013 gedaagden met een groep van circa 40 personen de woonwagen van eiser sub 1 hebben beschadigd en bedreigd. Dit leidde tot psychisch trauma bij het jonge kind van eiser sub 1 en het vertrek van eisers van het kamp. Eisers vorderen erkenning van onrechtmatig handelen en schadevergoeding.
Gedaagden betwisten de stelplichten van eisers en voeren eigen schuld aan, verwijzend naar eerdere incidenten in april 2013 waarbij eisers en hun vader betrokken waren bij geweld tegen gedaagden. De rechtbank stelt vast dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld door vernielingen en bedreigingen in groepsverband, waarbij de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:166 BW Pro wordt aangenomen.
De rechtbank acht de schade van eiser sub 1 aannemelijk en verwijst de zaak naar een schadestaatprocedure voor nadere vaststelling van omvang en eigen schuld. De vordering tot voorschot wordt afgewezen. In reconventie wordt eiser sub 2 toegestaan bewijs te leveren van schade door een schop, waarna verdere beslissingen worden aangehouden.
De rechtbank wijst de vordering tot voorschot af, houdt verdere beslissingen aan en bepaalt een getuigenverhoor voor bewijslevering in reconventie. Het vonnis is gewezen door mr. E.A.M. Raaijmaakers-Rottier en op 7 oktober 2015 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank stelt aansprakelijkheid van gedaagden vast voor groepsgeweld en verwijst de schade vaststelling naar schadestaatprocedure; bewijslevering in reconventie wordt toegestaan.