Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 8 juli 2015 en de daarin genoemde stukken;
- het proces-verbaal van comparitie van 1 oktober 2015 en de daarin genoemde stukken.
2.Het geschil
- om bij wege van voorschot te voldoen € 5.000,00, welk bedrag zij dient te storten op een nader door [naam eiser] aan haar aan te geven bankrekening met BEM-clausule;
- in de proceskosten.
3.De beoordeling
tikspel betreft, sprak het voor zich dat er alleen mocht worden getikt, hetgeen vanzelfsprekend op de arm, schouder, rug of romp plaatsvindt en niet op het hoofd. Het hoofd was aldus geen zodanige risicofactor dat dit onderdeel moest zijn van de instructie. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat kinderen reeds op jonge leeftijd en zonder enige instructie tikspelletjes spelen. Het vorenstaande brengt met zich dat het tikspel, gelet op de aard van dit spel, niet als gevaarlijk kan worden aangemerkt en dat de kans op ongevallen en letsel gering is, zodat de gymdocent niet gehouden was om extra veiligheidsmaatregelen te treffen. Ook is gesteld noch gebleken dat zich tijdens de eerdere gymlessen, waarin het tikspel (met de klas van [naam minderjarige] ) werd gespeeld, incidenten hebben voorgedaan, die aanleiding zouden kunnen geven om voorafgaand aan het tikspel op
€ 904,00(2 punten × € 452)