Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, onderdeel van een fiscale eenheid actief in interieurwerken, huurt business seats in een voetbalstadion die worden gebruikt om (potentiële) zakenrelaties te ontvangen en personeel ontspanning te bieden. De inspecteur corrigeerde de voorbelasting op de huur van deze zitplaatsen op grond van het BUA, omdat het ter beschikking stellen van de zitplaatsen wordt gezien als het geven van relatiegeschenken en het bieden van ontspanning aan personeel.
Belanghebbende stelde dat de kosten zakelijk waren en dat een deel van de voorbelasting aftrekbaar moest zijn, maar de rechtbank oordeelde dat het BUA hier van toepassing is en dat de aftrek volledig uitgesloten is. De rechtbank verwierp ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het vertrouwen op eerdere uitlatingen van de inspecteur.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting wegens niet-aftrekbare voorbelasting op de huur van business seats.