ECLI:NL:RBZWB:2015:9004
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering persoonsgebonden budget wegens onvoldoende verantwoording zorg
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het Zorgkantoor om een bedrag van €3.426,71 terug te vorderen van het persoonsgebonden budget (pgb) dat was toegekend voor de zorg aan zijn dochter over 2013. Het Zorgkantoor had vastgesteld dat het pgb slechts gedeeltelijk was verantwoord en dat de zorg niet voldeed aan de Awbz-criteria.
De rechtbank stelde vast dat het primaire besluit een vaststellings- en terugvorderingsbeschikking was en dat het bezwaar tegen het verantwoordingsbesluit van januari 2014 niet tijdig was ingediend, waardoor dat besluit in rechte vaststond. Eiser had niet voldaan aan de verplichting om een zorgplan en een inhoudsbeschrijving van de geleverde begeleiding te overleggen, ondanks herhaalde verzoeken.
De rechtbank oordeelde dat het Zorgkantoor terecht het pgb lager had vastgesteld en het bedrag terugvorderde. De belangenafweging van het Zorgkantoor was zorgvuldig en het pgb was niet aangetoond te zijn besteed aan zorg zoals bedoeld in de Awbz. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van €3.426,71 van het persoonsgebonden budget wordt ongegrond verklaard.