Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover het is gericht tegen de boete;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar die betrekking heeft op de boete;
- vernietigt de boetebeschikking;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.468;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 45 aan deze vergoedt.
2.Gronden
“Let op! Deze aangifte is niet helemaal ingevuld”. Voorts wijkt het saldo fiscale winst dat op basis van de vermogensvergelijking is aangegeven ruim € 92.000 af van het saldo fiscale winst op basis van de verlies- en winstrekening. Volgens belanghebbende komt die afwijking overeen met de jaarrekening waarop deze aangifte is gebaseerd. Naast de omstandigheid dat de aangifte, zoals die volgens belanghebbende zou zijn ingediend, boekhoudkundig niet klopt, acht de rechtbank het voorts niet aannemelijk dat het belanghebbende bij het bespreken van de jaarrekening niet zou zijn opgevallen dat een bedrag aan winst van ruim € 92.000 ontbrak, met name gezien de hoogte van het bedrag en de omstandigheid dat het ontbreken daarvan leidde tot een verlies terwijl in feite sprake was van een heel behoorlijke winst. Gelet op het voorgaande, in samenhang met hetgeen is overwogen in onderdeel 2.5.1, is de rechtbank van oordeel dat aan de afdruk van de aangifte zoals de inspecteur die heeft overgelegd meer bewijskracht toekomt dan aan de print van belanghebbende.
“omdat er sprake is van grove onachtzaamheid”. De inspecteur heeft vervolgens met dagtekening 28 september 2013 een vergrijpboete opgelegd van
“U heeft een brief van de Belastingdienst ontvangen waarin wordt uitgelegd waarom u een vergrijpboete krijgt. De Belastingdienst beschouwt uw nalatigheid als zogeheten ‘grove schuld’ en behandelt deze nalatigheid als een vergrijp. Daarom legt de Belastingdienst u naast het bedrag van de navorderingsaanslag een vergrijpboete op. Het bedrag van de vergrijpboete is met toepassing van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst vastgesteld op € 6.885”. Bij de uitspraak op bezwaar is de boete verminderd tot 3.000.
3.Proceskosten
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;