Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 24 februari 2016 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], te [woonplaats], eiser,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Ten aanzien van het verzochte leefgeld stelt de rechtbank vast dat het beleid van het college met betrekking tot de verstrekking van een NVUA duidelijk is. Weliswaar gaat het beleid uit van een individuele beoordeling (maatwerk), maar uit de passage “Indien er een voorziening getroffen moet worden ontvangt de betrokkene gedurende de tijdelijke opvang een Niet Verplichte Uitkering Asiel (NVUA).” kan niets anders worden afgeleid dan dat indien opvang wordt geboden ook leefgeld in de vorm van een NVUA wordt verstrekt. De hoogte van die uitkering is niet vastgelegd in het beleid en kan dus wel worden afgestemd op de individuele situatie.”
Hoewel het in de rede ligt om, zoals de gemachtigde van eiser ter zitting heeft bepleit, aansluiting te zoeken bij de bedragen op grond van artikel 14 van Pro de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (RVA), staat het het college vrij het leefgeld af te stemmen op de situatie van eiser. Zo is het aan het college om te bepalen of verstrekking van de tweede maaltijd in natura plaatsvindt dan wel of eiser zelf in deze maaltijd moet voorzien en de toepasselijke norm op grond daarvan vast te stellen.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de hoogte van het leefgeld over de periode van 25 juli 2014 tot 17 december 2014 is vastgesteld;
- bepaalt dat over die periode aan eiser een leefgeld van € 55,51 per week wordt toegekend;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 45,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 992,-.