ECLI:NL:RBZWB:2016:1299
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen toekenning voorlopig budget Participatiewet en verdeelmodel
Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de toekenning van de gebundelde uitkering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz voor 2015. Het college betoogde dat het toegewezen budget aanzienlijk lager was dan het definitieve budget van 2014 en dat het verdeelmodel tekortkomingen vertoonde, waaronder fouten in brondata, gebrek aan uitlegbaarheid en reproduceerbaarheid, en onvoldoende vangnetregeling.
De staatssecretaris stelde dat het macrobudget wettelijk is vastgesteld en dat het verdeelmodel conform het Besluit en de Regeling Participatiewet is toegepast, waardoor hier niet van kan worden afgeweken. De rechtbank oordeelde dat de kritiek van het college vooral gericht was tegen het gebruik van het verdeelmodel, dat in deze procedure niet ter discussie stond. Ook de vermeende fouten in brondata waren onvoldoende concreet onderbouwd.
Verder erkende het college ter zitting dat het model reproduceerbaar is. De rechtbank vond geen aanleiding om het Besluit en de Regeling onverbindend te verklaren, mede omdat het college onvoldoende concrete onderbouwing gaf en de staatssecretaris had toegelicht hoe het model tot stand was gekomen met betrokkenheid van gemeenten.
De rechtbank concludeerde dat de bezwaren van het college onvoldoende waren om het besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van het college tegen het besluit over de toekenning van het voorlopige budget Participatiewet wordt ongegrond verklaard.