Eiseres, een mosselzaadbedrijf, stelde beroep in tegen het besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken over vergunningen voor het vissen van mosselzaad met een mosselzaadinvanginstallatie (MZI). Zij werd als pionier van het eerste uur erkend, maar betwistte de beperkte duur van haar vergunning en de hoogte van de compensatie voor de inmenging in haar eigendomsrechten.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die bepaalde dat pioniers recht hebben op extra compensatie en dat de vergunningverlening beter moet worden gemotiveerd. De rechtbank oordeelt dat de wettelijke basis voor regulering toereikend is, maar dat de compensatie niet voldoende is onderzocht. De waardering van het eigendom moet specifiek binnen het bedrijf van eiseres worden geïnventariseerd en kan niet worden gebaseerd op algemene aannames.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiseres en West 6 B.V. ondanks gelijke pioniersstatus niet ongelijk mogen worden behandeld zonder goede motivering, en dat verweerder dit motiveringsgebrek niet heeft hersteld. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.