Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
,nader ook te noemen: betrokkene.
1.De beoordeling
2.De beslissing
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene heeft verzet ingesteld tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel uitgevaardigd door de officier van justitie te Leeuwarden. Hij stelde dat hij niet in staat was de sanctie in één keer te voldoen vanwege beslaglegging tot de beslagvrije voet op zijn inkomen, waardoor hij betalingsproblemen had. De officier van justitie was niet aanwezig tijdens de zitting, maar had schriftelijk commentaar ingediend.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene voldoende aannemelijk had gemaakt dat het dwangbevel onredelijk was, omdat er sprake was van betalingsbereidheid en het dwangbevel onnodige kosten veroorzaakte die vermeden hadden kunnen worden bij tijdige samenwerking aan een betalingsregeling. Daarom werd het dwangbevel vernietigd en het te betalen bedrag vastgesteld op het initiële sanctiebedrag van €237,- inclusief administratiekosten.
Betrokkene verzocht tevens om matiging van andere verhoogde vorderingen, maar de kantonrechter kon daarover niet oordelen wegens gebrek aan dossierstukken. Hij verzocht de officier van justitie om de verschillende zaken in samenhang te bekijken en tot een passende oplossing te komen. Het griffierecht wordt terugbetaald indien reeds voldaan.
De beslissing werd uitgesproken op 17 maart 2016 door kantonrechter W.E.M. Verjans te Bergen op Zoom. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen twee weken na toezending van de beschikking.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het dwangbevel vernietigd; het te betalen bedrag wordt vastgesteld op het initiële sanctiebedrag van €237,-.