Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
[gedaagde sub 4],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 oktober 2015 met de daarin vermelde stukken,
- de akte inbreng producties genummerd 49 t/m 66, tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie, alsmede de akte inbreng producties genummerd 67 t/m 69 van [eisers] ,
- het proces-verbaal van comparitie gehouden op 28 januari 2016.
2.Het geschil
in conventie
3.De beoordeling
in conventie en in reconventie
(964 obligaties) gekocht. [eisers] heeft een bedrag van € 2.892,-- aan inschrijvings-provisie en een bedrag van € 631,42 aan mee gekochte vaste rente betaald. [gedaagde] heeft een gedeelte van die provisie gekregen voor haar werkzaamheden. Nedvim bericht verder dat [eisers] zich bij verdere vragen kan wenden tot zijn tussenpersoon [gedaagde] .
€ 200.000,-- Nedvim obligaties aangekocht.
€ 781.000,-- gebruikt voor aflossing van de financiering van de Rabobank. Het restant uit de opbrengst van de uitgifte is gebruikt voor betaling van de emissie-vergoeding voor een bedrag van € 160.000,- en de gehonoreerde verzoeken tot vervroegde aflossing van obligaties.
€ 16.700,-- aan [gedaagde] betaald.
“financieel adviseur”staat vermeld;
“gerenommeerde partij”en
“het fonds de tweede partij is in heel Nederland”alsmede
“is zeer transparant”. Hierin gaat [man x] tevens in op de hoogte van de inschrijfprovisie en waarbij hij meldt dat dit eenmalig is en dat er gaandeweg de looptijd geen kosten meer zijn, ook niet bij onttrekking, bijstorting en herbeleggen van de rente;
“Begrijp jou twijfel over vastgoed, maar Nedvim is echt een uitzondering, waarom???
Zelf zou
24 december 2010 (LJN BO1799) heeft de Hoge Raad in het kader van een vermogensbeheerrelatie overwogen dat het gevolg van meergenoemde zorgplicht kan zijn dat er uitdrukkelijk en in niet mis te verstane bewoordingen moet worden gewaarschuwd. Of een zodanige waarschuwing daadwerkelijk nodig was, moet worden vastgesteld aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval.
13 oktober 2009 aan [eisers] afschriften heeft gevraagd van pensioentoezeggingen zodat aangenomen wordt dat [eisers] bekend was met het feit dat [eisers] in 2021 de pensioen-gerechtigde leeftijd zou bereiken. Dit zeker gezien het feit dat de door [gedaagde] in 2009 gemaakte vermogensanalyse gebaseerd is op de vermogenssituatie van [eisers] tot 2021, zijnde het jaar waarin [eisers] de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar bereikt. Dit maakt dat de betwisting van [gedaagde] op dit punt weinig aannemelijk is te achten, zodat - mede in het licht van het vorenstaande - als vaststaand wordt aangenomen dat [gedaagde] op de hoogte was van de beleggingsdoelstellingen van [eisers] .
e-mailbericht van 21 oktober 2015 van Nedvim aan [eisers] waarin wordt medegedeeld dat de uitbetaling van de kwartaalrente enigszins vertraagd is en dat dit afhankelijk is van de exploitatie van de skibaan. In het licht van voormelde feiten en omstandigheden valt aldus geenszins uit te sluiten dat door tegenvallende exploitatieresultaten van de skibaan de waarde van de obligaties afneemt, hetgeen bij [eisers] schade kan opleveren. Gelet hierop is de mogelijkheid van schade aannemelijk gemaakt. Dat betekent dat de meer subsidiaire vordering van [eisers] in conventie tot verklaring voor recht en verwijzing naar de schadestaat kan worden toegewezen. Het verdere debat over onderwerpen als causaliteit, eigen schuld en matiging kunnen nader in de schadestaatprocedure worden gevoerd en zullen thans dan ook niet worden besproken. Gelet op het feit dat de door [eisers] gevorderde betaling van schadevergoeding wordt afgewezen, acht de rechtbank het bezwaar van [gedaagde] c.s. tegen de door [eisers] gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad niet langer relevant. Dit mede gezien de omstandigheid dat de aard van een verklaring voor recht meebrengt dat hieraan geen uitvoerbaarheid bij voorraad wordt verbonden.
“ontbinding voor zover nog nodig” te onbepaald en te diffuus om te kunnen worden toegewezen.
904,00(2 punten × tarief € 452,00)
€ 452,00 aan salaris advocaat. De gevorderde veroordeling in de nakosten is niet weer-sproken en zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in het dictum vermeld. De gevorderde wettelijke rente over de proces- en nakosten wordt toegewezen als vermeld in het dictum. De (proces)kostenveroordeling wordt, zoals door [gedaagde] c.s. verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
4.De beslissing
- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na betekening;