Op 29 januari 2015 werd aan betrokkene een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen aan de Eerste Kruisweg. Betrokkene stelde dat hij als gemachtigde bestemmingsverkeer was, omdat hij een collega had afgezet bij het bedrijf gelegen aan deze weg en zijn werkzaamheden inspecties van percelen omvatten.
Tijdens de zitting op 17 maart 2016 bevestigde een getuige dat betrokkene hem had afgezet bij het bedrijf, maar kon geen exact tijdstip noemen. De verbalisant kon zich de situatie niet meer herinneren, maar hield vast aan het proces-verbaal dat het voertuig in één keer de weg was doorgereden. De officier van justitie handhaafde de boete.
De kantonrechter oordeelde dat de inspectie van percelen inherent is aan de functie van gemachtigde en dat bestemmingsverkeer ook kan bestaan zonder dat het voertuig tot stilstand wordt gebracht. Gelet op de verklaring van de getuige en de aard van de werkzaamheden was onvoldoende vastgesteld dat betrokkene de overtreding had begaan.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete vernietigd en de betaalde zekerheidstelling terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.